zaterdag 20 november 2010

Leven om te eten

© foto Johan Huizing


Afgelopen vrijdag heb ik in Marseille de SAVIM, de Salon des vignerons et de la gastronomie, bezocht. Zo'n beurs is echt smullen. Van stokoude geitenkaasjes tot ambachtelijk gemaakte macarons, van Corsicaanse charcuterie tot olijfolie, uit alle hoeken van Frankrijk waren de artisans gekomen om hun produkten te presenteren. Dus dat betekent veel proeven! Je koopt bij de ingang geen toegangskaartje, maar een wijnglas! Daarmee kun je je te goed doen aan de vele kostelijke wijnen, die zonder probleem voor je worden opengetrokken.

Wat me verbaasde was dat er nergens met een woord werd gerept over Frankrijks belangrijke onderscheiding eerder deze week, de plaatsing van la gastronomie française op de Unesco-lijst van immaterieel cultureel werelderfgoed. Het zover te krijgen heeft jaren geduurd en lange tijd zag het er niet goed uit voor Frankrijk. Vooral niet nadat Sarkozy, die het project politiek zwaar heeft gesteund, een misser had gemaakt door op te merken: nous avons la meilleure gastronomie du monde. Het gaat er bij het werelderfgoed namelijk niet om de beste te zijn, maar om iets unieks te hebben, dat bescherming verdient. De Franse keuken is dus niet onderscheiden vanwege haar specialiteiten als foie gras, truffels of Châteauneuf-du-Pape, maar om de sociale aspecten rond de maaltijd. Meerdere gangen, bij de gerechten passende wijnen, de sfeer en het feit dat belangrijke gebeurtenissen in het leven van de Fransman zich altijd afspelen rond een gezamenlijke feestelijke maaltijd waar iedereen samenkomt. Kijk, en dat is nou net waarom wij met onze boerenkool met worst geen schijn van kans zullen maken bij de Unesco!

Ik heb er al vaak aandacht aan besteed, vooral in mijn nieuw verschenen boek Ratjetoe, dat geheel gewijd is aan de Franse keukentaal en -cultuur: voor Fransen is eten niet zomaar het naar binnen werken van voedsel. Eten is een serieus onderwerp. Fransen spreken hartstochtelijk over de ingrediënten die ze gebruiken, waar je ze het beste kunt kopen, hoe gerechten precies horen te worden klaargemaakt, wie er allemaal aan tafel zat om het op te eten … Wij Nederlanders, en wij niet alleen, verbazen ons daarover. Hoe is het mogelijk om het zo lang over eten te hebben!

Toen ik de Franse bezoekers gisteren beladen met heerlijks zag vertrekken (zelf had ik mij nog redelijk kunnen beheersen ...) kon ik maar één ding denken: inderdaad, Fransen leven om te eten, ze eten niet om te leven. Daar hoef je verder geen woord meer over vuil te maken, zelfs niet op een gastronomiebeurs!

De Franse art du bien manger kan zich vanaf nu meten met het Indonesische Wajang poppentheater, de Braziliaanse samba of de Belgische Heilig Bloed-processie, drie willekeurige voorbeelden op de lijst van 178 andere immateriële culturele tradities. Nederland heeft het verdrag ter bescherming van het immaterieel cultureel erfgoed nog niet getekend, dus staan ons Sinterklaasfeest of de Elfstedentocht niet op de Unesco-lijst. Het Belgische Aalster Carnaval inmiddels wel. Wat maar bewijst dat elke traditie een kans maakt, voor de een is het l'art de vivre, voor de ander la joie de vivre.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen