donderdag 18 november 2010

Le Beaujolais nouveau est arrivé!


Vandaag is het de derde donderdag van november, dus de dag waarop de Beaujolais nouveau wordt gepresenteerd. Een kleine rondvraag in mijn omgeving leerde, dat geen enkele van mijn Franse kennissen hiervan op de hoogte is. De marketingmachine rondom de Beaujolais nouveau werkt dus blijkbaar vooral over de Franse grens. Vooral in Duitsland, de Verenigde Staten en Japan schijnt de Beaujolais nouveau razend populair te zijn. Naar dit laatste land verdwijnt de helft van de 40 miljoen flessen Beaujolais nouveau van 2010!

Bij mijn tennisclub was men beter geïnformeerd en was de arrivage du Beaujolais nouveau aanleiding om vanavond een speciaal Beaujolais-tennistoernooi te organiseren. Sport en drank gaan gewoonlijk niet samen, niet voor de sporters zelf althans. Maar dat speelt een ondergeschikte rol, wanneer je weer eens een gelegenheid wilt vinden om gezellig bij elkaar te komen. Iedereen neemt een thuis klaargemaakt gerecht mee en na een paar partijtjes schuift men de tafels in het clubhuis aan elkaar om samen een uitgebreide maaltijd te organiseren die ongetwijfeld tot laat in de avond zal duren.

Een feestje als dit is een perfecte illustratie van de, voor de Fransen, zeer belangrijke gebeurtenis die zich eerder deze week afspeelde. La gastronomie française is namelijk na lang proberen opgenomen op de Unesco-lijst van immaterieel cultureel werelderfgoed. Het gaat daarbij niet om een onderscheiding voor de vele specialiteiten uit de Franse keuken, zoals foie gras, truffels of de wijn van Châteauneuf-du-Pape, maar om het ‘totaalgebeuren’ rondom de Franse maaltijd. Om het feit dat gezellige momenten in het leven van de Fransman zich altijd afspelen rond een gezamenlijke maaltijd met liefst zoveel mogelijk mensen.

Ik zal vanavond helaas niet van de partij zijn. Wel heb ik een paar flesjes ingeslagen, biologische Beaujolais dit keer (niet op de foto en ook niet zo veel!). De Beaujolais nouveau 2010 zal heus niet beter smaken dan die van de voorgaande jaren, maar ça nous est égal, non? A la vôtre!!

maandag 15 november 2010

Par contre

Par contre, j'ai pas encore passé votre carte de fidélité, zei laatst de kassière in de supermarkt tegen me. Of de reparateur die het eindelijk was gelukt om mijn nieuwe neufbox juist te installeren: par contre, il me faudrait votre adresse complète.

Par contre duidt normaal gesproken een tegenstelling aan. Zo hebben we het geleerd. Het is synoniem voor en revanche of au contraire. Voor mais zo je wilt. Zo kun je bijvoorbeeld zeggen: il a fait très froid toute la semaine, aujourd'hui, par contre, la température a bien monté. Of: D'habitude, il ne parle pas beaucoup. Hier soir, par contre, il n'a pas arrêté de raconter.

Maar in de voorbeelden in het begin is helemaal geen sprake van een tegenstelling. De kassajuffrouw had daarvoor, behalve bonjour, nog geen woord met me gewisseld. De reparateur was al die tijd zwijgend aan het werk geweest.

Net zoals het voilà en pas de souci uit mijn twee laatste stukjes, is ook dit onjuiste gebruik van par contre een modegril in het dagelijkse spraakgebruik. Par contre, er zijn nog veel meer van dergelijke voorbeelden die volkomen tegen de regels van correct Frans spraakgebruik ingaan. Par contre, doe er maar liever niet aan mee. Voilà.

maandag 8 november 2010

Voilà c'est tout!

Nog zo'n populair Frans stopwoord is voilà. Natuurlijk ken je het, voilà was waarschijnlijk een van de eerste woorden in je Franse vocabulaire, in het mijne wel, tenminste.

Wanneer je voilà ontleedt, bestaat het uit voi en là. Voi(s) is de gebiedende wijs enkelvoud van het werkwoord voir-zien (gek genoeg bestaat er geen beleefdheidsvorm van, voyez-là wordt in deze betekenis niet gebruikt). En là betekent 'daar', in tegenstelling tot ci-hier. Dus letterlijk betekent voilà ziedaar, kijk. Je zegt het wanneer je iemand waarneemt: voilà Jean!-kijk, daar is Jan! Of wanneer je iets aan iemand geeft: voilà votre café, alstublieft, uw koffie.

Maar voilà heeft in het dagelijkse spraakgebruik nog veel meer toepassingsmogelijkheden. Na een boude uitspraak bijvoorbeeld: voilà ce que j'en pense. Zo, dat denk ik ervan. Of om een stevige discussie af te sluiten: bon, on n'en parle plus, c'est fini, voilà. Goed, we hebben het er niet meer over, klaar, afgelopen.

Vergelijkbare tussenwerpselen in het Nederlands zijn bijvoorbeeld 'dus', 'kijk' of 'zeg maar'. Kijk, dat bedoel ik dus, voilà is dus zeg maar een stopwoord dat dus soms dus heel nuttig kan zijn, maar het de hele dag door, zeg maar, in iedere zin die je uitspreekt dus, driemaal te gebruiken, kijk dat gaat dus te ver.

En zo zit het (dus) ook met voilà. Ik constateer een complete 'voilà-inflatie' in mijn omgeving. Winkelpersoneel, vrienden, de kapper, de buurman, op televisie, op de radio, iedereen roept constant voilà als een soort berustende verzuchting, meestal nadat ze eerst een flink potje hebben zitten râler. Misschien is het daarom wel dat het me de laatste tijd zo opvalt. Zoals iedereen heeft kunnen volgen, hadden veel Fransen de afgelopen weken nogal wat te klagen en daar had vervolgens het niet-klagende deel van de bevolking dan weer last van, zodat ook zij gingen klagen. Maar nu lijken de gemoederen wat bedaard en heeft een gevoel van berusting, van onmacht zo je wilt, de overhand gekregen. Met het bijpassende vocabulaire. Voilà, c'est comme ça. On a fait ce qu'on pouvait, voilà. La loi, c'est la loi, voilà. Voilà, c'est tout.

dinsdag 2 november 2010

Pas d'souci!

Wij Nederfransen doen vaak ons uiterste best om netjes Frans te spreken. We volgen cursus op cursus, kijken naar TV5 en lezen Franse literatuur, allemaal met als doel om ons Frans te verbeteren en goed voor de dag te komen. Maar de realiteit is anders. Het omgangs-Frans wemelt van de modeuitdrukkingen en die klinken ons niet altijd bekend in de oren.

Zo hoor je de laatste tijd te pas en te onpas 'pas d'souci' (uitspreken: paddesoesie). Letterlijk betekent het 'geen zorg'. Deze paar woordjes zijn de ingedikte vorm van il n'y a pas de souci: er is geen zorg, je hoeft je geen zorgen te maken. Eigenlijk is het een opmerking om voor te zijn dat iemand zegt: il y a un gros souci, j'ai un problème avec ça. Alleen: je hebt helemaal geen probleem en je was absoluut niet van plan je zorgen te maken:

-Kom je op mijn feestje? Pas de souci! (in plaats van: oui, avec grand plaisir!)
-Kunt u even in de wachtkamer plaatsnemen? Pas de souci (terwijl oui, bien sûr ook prima zou voldoen)
-Hoe lang het rijden is naar Aix? Een half uurtje, pas de souci (waarmee bedoeld is: ce n'est pas très loin).

Dat pas de souci is verworden tot zoiets als don't worry, no problem! En dat is het nou juist wel, un souci, dat de dagelijkse conversatie steeds meer een kwestie wordt van het achter elkaar plakken van een aantal modekreten. Taalverarming heet dat en ook de Fransen ontkomen er niet aan.

Vond je dit berichtje het lezen waard? Nou graag gedaan hoor! Pas de souci!

zondag 31 oktober 2010

L'heure d'hiver


Afgelopen nacht is de wintertijd ingegaan, l'heure d'hiver. Ieder jaar is het weer de zelfde vraag, in de lente en in de herfst: hoe zit het nou ook al weer? Gaat de klok een uur voor- of achteruit? On recule ou on avance d'une heure?

De Amerikanen hebben er een leuk ezelsbruggetje voor: spring forward, fall back (naar voren springen, naar achteren vallen). Maar ook de Fransen hebben er iets op gevonden! AVril avance, octobRE recule! Helemaal klopt het niet, want de zomertijd gaat het laatste weekend van maart in, niet in april. Dat noemen we dan maar de Franse slag ...

Hoe onthouden de Nederlanders het eigenlijk?

zaterdag 23 oktober 2010

Toussaint

Het is herfstvakantie! In Frankrijk is dat niet 'les vacances d'automne', maar les vacances de Toussaint. Toussaint betekent letterlijk wat er staat: tous-saint, ofwel tous les saints. Het is wat we in Nederland Allerheiligen noemen, het katholieke feest dat wordt gevierd op 1 november. Vroeger meer dan tegenwoordig ...

La laïcité, het beginsel van scheiding van kerk en staat, is al sinds de Franse revolutie in de grondwet opgenomen. Maar het katholieke geloof is in de Franse cultuur nog steeds zeer sterk verankerd. Iedere dag is bijvoorbeeld tevens de naamdag van een heilige (let er maar eens op, de Franse weermannen en -vrouwen noemen ze altijd) en menig openbare Franse school draagt een katholieke naam.

Un saint is een mannelijke heilige, bijvoorbeeld St. Christophe, St. Joseph of St. Jean. Een vrouwelijke heilige wordt dan natuurlijk une sainte, bijvoorbeeld Ste Marie of Ste Madeleine. Maar nou is het merkwaardige, dat het à la Toussaint is en ook à la St. Jean. En je zegt zelfs: ça se passera à la saint-glinglin. Dat zal met sint-juttemis gebeuren. Waarom eigenlijk die vrouwelijke vorm, zelfs voor mannelijke heiligen? Simpelweg omdat het om het feest gaat dat gevierd wordt, en la fête is vrouwelijk. A la Toussaint is dus eigenlijk kort voor 'à la fête de Toussaint'.

De kinderen die vakantie hebben zullen er niet zo bij stil staan, maar à la Toussaint, of liever gezegd in de week ervoor, moet er door menig Franse familie groot onderhoud op het kerkhof worden gepleegd. Want hoewel cremeren de laatste jaren in populariteit toeneemt, begraven de meeste Fransen hun doden toch nog steeds. Dus zullen ze volgende week traditiegetrouw in groten getale richting kerkhoven trekken om de grafstenen schoon te boenen, nieuwe gedenktegeltjes neer te zetten en de bloemen te verversen. Nou ja, het moet natuurlijk wel praktisch blijven. Want het volgende bezoek kon wel eens een jaartje duren ...


vrijdag 15 oktober 2010

Bittere smaak!


Het is inmiddels een traditie geworden in Frankrijk: jaarlijks vindt er in oktober la semaine du goût plaats: de week van de smaak. De bedoeling ervan is om groot en klein, maar vooral de laatsten, bewust te maken van al de heerlijke smaken die deel uitmaken van le patrimoine culinaire français. Dit gebeurt door het aanbieden van niet alledaagse gerechten of door het letterlijk laten proeven van bijzondere kruiden, vruchten of groenten.

Deze week was het weer zover. Onze schoolkantine had een prachtig menu samengesteld, met gerechten als endives au bleu, betteraves à l'orange of salade de pois chiches aux échalotes. Ook waren er originele workshops rond fruit en groente en zelfs een bio-barbecue!

Gisteren vertelde mijn zoon over de tajine de volaille au potimarron die hij had gegeten. De saus had 'un arrière-goût de roquefort', er zat een vleugje roquefort-smaak aan de saus. Misschien verbaast een wijsneuzige opmerking als deze je, maar voor Franse kinderen is het heel gewoon, semaine du goût of niet.

Persoonlijk heb ik aan deze semaine du goût ook een bijsmaak geproefd, en wel een heel onaangename. Want een groot deel van de week was het school-kantinepersoneel in staking. Dus viel er heel weinig te proeven op school en zijn al die leuke initiatieven bij ons en in de rest van Frankrijk in het water gevallen.

Al die gestrande reizigers zullen wel dezelfde onaangename smaak in de mond hebben, en zeker ook de degenen die in een lange rij voor de benzinestations staan, pour faire le plein, nog net voordat volgende week de benzine schaars gaat worden. Nee, deze week laat bij mij echt un goût amer achter en ik ben bang dat deze nog wel even zal blijven hangen ...