vrijdag 10 juni 2011

Vakantieroutes (2)



Frankrijk heeft maar liefst 11.000 kilometer snelwegen. Sommige zijn beroemd, wanneer je er op rijdt, kom je al echt in vakantiestemming. Ze hebben dan ook niet alleen maar een nummer maar ook een mooie naam. L’Autoroute du Soleil bijvoorbeeld. Die begint op de A6 (van Parijs naar Lyon), en gaat vervolgens over in de A7 (van Lyon naar Marseille). Of la Provençale, de A8 die loopt van Aix en Provence tot aan de Italiaanse grens. Of l'Autoroute des Deux Mers, tussen Toulouse en Bordeaux.

Een vervelende bijkomstigheid van de Franse snelwegen is dat ze nogal duur zijn. Aan de péage-poortjes geef je op een tocht dwars door Frankrijk een flinke stapel eurobiljetten af, het is een behoorlijk deel van je vakantiebudget. Je zou misschien denken dat het woord péage van payer (betalen) komt. Het klinkt ook beetje hetzelfde. Maar nee, péage is een woord uit de Middeleeuwen, dat zelfs toen al zo geschreven werd. Het is le droit de mettre le pied, letterlijk het recht om je voet neer te zetten, tegen betaling wel te verstaan. Het komt van het Latijnse "pedaticum" , waarin dan weer het Latijnse woord "pes-pedis" zit, dat voet betekent. Te voet gaan we tegenwoordig niet meer, maar verder is het principe hetzelfde gebleven: de gebruiker betaalt.

Op bepaalde dagen in het jaar, zou je er overigens bijna voor kiezen om ouderwets te voet te gaan. Bijvoorbeeld op de beruchte samedi noir (zwarte zaterdag), in het eerste weekend van augustus. Le grand chassé-croisé wordt dit weekend ook wel genoemd. Letterlijk is dit een danspas of dressuur-figuur in de paardensport, waarbij het ene been over het andere wordt gezet. Maar het betekent ook ‘van plaats verwisselen’, in dit geval tussen de juillettistes en de aoûtiens (de Fransen zijn meesters in het verzinnen van de gekste zelfstandige naamwoorden!). De juillettistes zijn de vakantiegangers die in juli naar het zuiden zijn vertrokken en begin augustus weer terugkeren. De aoûtiens degenen die pas in augustus vertrekken. Zij kruisen elkaar meestal ergens rond Lyon … Wanneer je daar als nietsvermoedende Nederlander precies tussen zit, kun je je maar met één gedachte troosten: je krijgt tenminste waar voor je duur betaalde péage, je mag lekker lang genieten van de Franse "snel"wegen …

donderdag 2 juni 2011

Vakantieroutes (1)




Verder met mijn berichtgeving over vakantie in Frankrijk. Ik was zelf even op vakantie, vandaar dat dit bericht wat lang op zich heeft laten wachten … De vorige keer eindigde ik met een motorrijder op een leuk D-weggetje. Maar wat betekent dat eigenlijk, een D-weggetje?



Het Franse wegennet, le réseau routier, is als volgt onderverdeeld:
1. autoroutes, dit zijn de snelwegen, te herkennen aan de A
2. routes nationales, het nummer van deze wegen wordt voorafgegaan door een N, bijvoorbeeld de N6 of de N7
3. routes départementales, deze wegen zijn te herkennen aan de D, voilà ons D-weggetje!
4. verder bestaan er nog kleine wegen, zoals voiries communales en natuurlijk heel veel chemins privés, die leiden naar al evenzoveel prachtige landgoederen, helaas meestal ontoegankelijk voor ons eenvoudige toeristen.


In totaal gaat het bij al deze openbare wegen om ruim 946.000 kilometer, dat is bijna een miljoen! Genoeg om uit te kiezen wanneer je je vakantieroute in Frankrijk aan het plannen bent. Ter vergelijking: Nederland heeft ongeveer 135.500 km openbare wegen.

zondag 8 mei 2011

Frans voetgebaar


Zo langzamerhand vertrekken de eerste Nederlandse vakantiegangers naar hun geliefde Frankrijk. Tijd om aandacht te besteden aan een vorm van typisch Frans rijgedrag.

Je hebt het vast wel eens opgemerkt, een Franse motard die zijn rechtervoet uitsteekt, wanneer hij je heeft ingehaald (meestal op een zeer gevaarlijke manier). Toen ik pas in Frankrijk woonde vatte ik dit 'voetje' op als een agressief gebaar, 'een trap na' als het ware. Zoiets in de trant van "waarom ging je niet wat eerder/verder opzij, dan had ik er sneller langs gekund!" Maar nu weet ik beter. Het voetje van de Franse motorrijder is juist vriendelijk bedoeld. Een merci beaucoup!, omdat je plaats voor hem hebt gemaakt. Al is het dan ook uit puur lijfsbehoud.

Deze Nederlandse motorrijder is druk aan het oefenen om het echte Franse voetgebaar onder de knie te krijgen! De voet steekt nog iets te ver uit. Het moet een zacht duwend gebaar naar onderen én opzij zijn!
(met dank aan Paul Pakkert)

Wanneer je dus straks op zo'n pittoresk Frans D-weggetje de berm wordt ingedrukt door een motorrijder, wees dan niet boos wanneer hij zijn voet uitsteekt. Steek gewoon vriendelijk je hand op, en denk erom: je hele hand, niet één vinger ...

Koekjes op de voorruit


J'ai posé le macaron sur le vitre, madame, zei de garagehouder vorige week, toen ik mijn auto kwam halen. Macarons zijn echt Franse, "méga"-hippe koekjes. Ze zijn niet alleen heerlijk bros en zoet, maar ze zien er ook nog eens fris en kleurig uit. Wil je meer weten over de oorsprong ervan, sla er dan mijn boek Ratjetoe even op na.
De geste van mijn garagehouder was geen typisch Franse, gastronomische manier van klantenbinding, hij had op mijn voorruit geen koekjes achtergelaten, helaas. Wel een sticker, met twee gaatjes. Eén voor de maand en één voor het jaar tot wanneer de keuring geldig is. Ik had mijn auto namelijk voor le contrôle technique gebracht, de Franse versie van de APK-keuring.

Le macaron is omgangstaal voor een min of meer officiële sticker, die je met een officiëlere naam la vignette of l'insigne zou moeten noemen. Een autosnelwegvignet bijvoorbeeld, of een sticker van de verzekeringsmaatschappij. Ook op je Franse achterruit kan een macaron zitten, bijvoorbeeld het Corsicaanse embleem van het zwarte hoofd met een witte band (testa maura) of het "tweepoppetjes"-logo voor conduite accompagnée*.

Waarom eigenlijk die naam? Oorspronkelijk vanwege de ronde vorm van de insignes. De naam macaron voor een insigne bestond al lang voordat de sticker zijn intrede deed, bijvoorbeeld voor de rosette de la Légion d'honneur. Langzamerhand heeft de naam zich uitgebreid naar niet-ronde vormen. De contrôle technique-sticker bijvoorbeeld is duidelijk niet rond, maar vierkant. Bovendien heten nu ook niet-officiële stickers macarons, bijvoorbeeld stickers om iedereen te laten weten dat je une future maman bent of lid van de labradorvereniging.

In plaats van macaron kun je ook autocollant zeggen, een 'zelfklevende' of étiquette of "sticker" (uitspreken als "stiekère"). Maar niet elke sticker is een macaron. Wat kinderen in een boek plakken (in het beste geval) of anders op de tafel, je nieuwste CD of het LCD-televisiescherm, is geen macaron. Zelfs niet wanneer ze er je auto mee beplakken ...














* In het Franse systeem kunnen jongeren op hun 16e een voorlopig rijbewijs halen, waarna ze tot hun 18e rijervaring mogen opdoen, maar dan wel accompagné, dat wil zeggen met een volwassene (die zijn rijbewijs heeft) naast zich.


zaterdag 30 april 2011

Een lieve duit (3)

Casse-toi, pauvre con! Nicolas Sarkozy riep het gefrustreerd uit tegen een omstander die hem geen hand wilde schudden. Donder op, arme lul! Of hij nu in 2012 tot president van Frankrijk wordt herkozen of niet, de Franse taal zal Sarkozy voor altijd hebben 'verrijkt' met uitdrukkingen als deze. Nog even zien hoe het ook weer ging? http://www.youtube.com/watch?v=axDyUNWyuw8

Wanneer iemand letterlijk arm is, wordt hij in Frankrijk behalve pauvre ook wel démuni genoemd, nécessiteux of wanneer je je echt diplomatiek wilt uitdrukken: économiquement faible. In de omgangstaal is iemand die berooid is fauché, letterlijk gemaaid. Waarom gemaaid? Omdat het graan wordt gemaaid en zoals je weet is het Franse graan, le blé argot voor geld.

Een rijk persoon is un riche, ook wel un richard, hij is aisé of fortuné. Pas op met dit laatste woord: lees of hoor je iets over une maison de fortune, dan is het geen huis dat een fortuin waard is. Integendeel, het is een tijdelijk onderkomen, bijvoorbeeld een Decathlon-tentje voor de clochards in Parijs, in de winter neergezet langs le canal Saint-Martin. Zo is une réparation de fortune een noodreparatie, un pansement de fortune een noodverband, gemaakt van bijvoorbeeld een reep afgescheurde stof. Un repas de fortune is geen koningsmaal, het is een geïmproviseerde maaltijd, gemaakt van wat voorhanden is.

vrijdag 15 april 2011

Een lieve duit (2)

Dank voor jullie interessante reacties en aanvullingen. Geld is een onderwerp waarover je niet uitgepraat raakt, of je nu Frans of Nederlands bent. Dus ga ik nog maar even door, blijf me volgen!

In het Nederlands is het een bekende instinker: iets kost veel of iets is duur, maar iets kan niet duur kosten. In het Frans ligt er ook zo'n instinker op de loer, maar dan net even anders: c'est cher is prima, maar ça coûte beaucoup is geen correct taalgebruik. Aan de andere kant kun je wel weer zonder problemen zeggen: ça coûte cher.

Wanneer iets duur is, kost het de Fransen een arm: ça coûte un bras. Bij ons doet het niet minder pijn hoor, het kost ons een rib uit ons lijf. De Fransen gaan ook wel met hun billen bloot: ça coûte la peau des fesses (of du cul): het kost je het vel van je billen (je kont). Veel vriendelijker klinkt: ça coûte bonbon, maar het komt natuurlijk op hetzelfde neer, er moet flink in de buidel worden getast.

Soms wil je geen omgangstaal gebruiken, maar netjes Frans. Stel je eens voor: je bent in een keurige wijnkelder beland en de ene na de andere voortreffelijke, maar veel te dure wijn, wordt voor je opengetrokken. Wil je op een al even keurige manier laten weten, dat deze flessen je budget ver te boven gaan, zeg dan: ces vins sont un peu trop onéreux, malheureusement.

Op school leerden wij allemaal dat ‘goedkoop’ in het Frans bon marché is. Maar in de praktijk hoor je dit bijna nooit. Het heeft te maken met het feit dat Fransen de dingen liever niet 'recht voor z'n raap' zeggen. Waarom zou je beweren dat iets goedkoop is, wanneer je ook kunt zeggen dat iets 'niet duur' is. Pas cher dus. C'est une affaire! A saisir!

Deze CD kost 15 euro nog wat. In het Frans begrijpen ze je (waarschijnlijk) wel, wanneer je zegt 'quinze euros et quelque chose'. Maar écht Frans is: quinze euros et des poussières (15 euro et wat stof …).

OK, ik zie het al, koste wat kost, coûte que coûte, ga ik aan het onderwerp geld nog een derde aflevering wijden!

dinsdag 12 april 2011

Een lieve duit (1)

Laten we het eens over geld hebben, le fric, le blé, l’oseille, les sous. De manier waarop Hollanders en Fransen ermee omgaan verschilt nogal. Maar ik ga het alleen over de taalverschillen hebben, natuurlijk. 'Zo’n huis kost wel een paar ton', zeggen wij. In het Frans liever niet vertalen met ‘quelques tonnes’. Want une tonne is in het Frans wel een eenheid, maar niet voor geld. Wel voor gewicht: ce sac de pierres pèse une tonne – deze zak stenen weegt een ton, dat wil zeggen 1000 kilo. Maar het kan ook figuurlijk bedoeld zijn: le maître nous a donné une tonne de devoirs, klaagt mijn zoon regelmatig. Voor onze ton als geldeenheid hebben de Fransen geen equivalent. Cette maison coûte facilement deux cent mille balles, zouden ze zeggen. Une balle was vroeger een franc, tegenwoordig een euro. Hoezo geldontwaarding? Maar un livre à deux balles is geen boek dat twee euro kost, maar een boek van niets. Une blague à deux balles, een flauwe grap. Voor iets zonder waarde gebruiken wij de stuiver, of de cent. Dat is geen stuiver, geen cent waard! Wat het kleingeld, la monnaie, betreft kunnen de Fransen ook nog een duit in het zakje doen. C'est une veste de quatre sous - het is een goedkoop jasje. Om even een uitstapje naar onze oosterburen te maken: Die Dreigroschenoper van Berthold Brecht wordt in het Frans l’Opéra de quat’ sous. Cela coûte trois francs six sous of ça coûte trois fois rien, dat kost drie keer niets (die hebben we gemeenschappelijk). (wordt vervolgd)